ECLI:NL:RBROT:2007:AZ8563
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- J.W. Klein Wolterink
- M.J.A.M. Ahsmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-plaatsvervanger in ondertoezichtstellingsprocedure
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter-plaatsvervanger in een ondertoezichtstellingsprocedure voor haar minderjarige kinderen. Het verzoek was gebaseerd op een eerdere gegronde wraking in een aanverwante zaak en beschuldigingen van partijdig gedrag en schending van de wet door de rechter.
De rechter heeft schriftelijk gereageerd en het wrakingsverzoek is behandeld door de meervoudige kamer, waarbij verzoekster niet is verschenen. De kamer heeft vastgesteld dat de concrete feiten waarop het verzoek is gebaseerd niet in deze zaak hebben plaatsgevonden en dat de omstandigheden onvoldoende zijn om te concluderen dat er sprake is van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Daarnaast is het feit dat de rechter een nevenfunctie als advocaat heeft, correct openbaar gemaakt in het register van nevenfuncties. Algemene opmerkingen over kinderrechters in Nederland zijn onvoldoende specifiek om wraking te rechtvaardigen.
De meervoudige kamer concludeert dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wijst het af. De beslissing is uitgesproken op 18 januari 2007 door de voorzitter en twee rechters.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-plaatsvervanger wordt afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.