ECLI:NL:RBROT:2007:AZ8839
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Wens van overledene om gecremeerd te worden dient te worden gerespecteerd ondanks islamitische geloofsovertuiging familie
In deze zaak vordert eiseres, de moeder van de overledene, dat de crematie van haar dochter wordt verboden en dat zij begraven dient te worden volgens de islamitische ritus, waarbij opgraving wordt uitgesloten. De overledene had kort na haar echtscheiding een formulier getekend waarin zij haar wens tot crematie vastlegde. Eiseres stelt dat de overledene toen in een labiele toestand verkeerde en dat de wens niet rechtsgeldig is, mede vanwege de orthodox-islamitische achtergrond van de familie.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen aanwijzingen zijn voor een wilsgebrek ten tijde van het tekenen van het formulier. De wens tot crematie is uitdrukkelijk en besproken met een uitvaartverzorger die tevens getuige was. Hoewel de familie een begrafenis wenst vanwege hun geloofsovertuiging, is dit onvoldoende om de wens van de overledene te negeren. De rechter weegt de belangen af en concludeert dat de wens van de overledene doorslaggevend is.
De vordering tot het verbod op crematie wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd. De uitspraak benadrukt het respect voor de persoonlijke wens van de overledene, ook als deze strijdig is met de culturele en religieuze overtuigingen van de familie.
Uitkomst: De vordering tot verbod op crematie wordt afgewezen en de wens van de overledene om gecremeerd te worden wordt gerespecteerd.