ECLI:NL:RBROT:2007:BA0238
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Groot
- Schröder
- Vlaardingerbroek
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voogdij aan Bureau Jeugdzorg na draagmoederschapsgeschil
In deze zaak gaat het om een kind geboren uit een draagmoederschapsconstructie waarbij het kind na geboorte werd verzorgd door de biologische vader en zijn echtgenote. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de biologische ouders te ontheffen van het gezag en voogdij toe te wijzen aan de draagmoeder en haar echtgenoot, dan wel subsidiair aan een voogdijinstelling.
De rechtbank oordeelt dat het recht van het kind om zijn ouders te kennen en door hen verzorgd te worden, zoals vastgelegd in artikel 7 van Pro het Verdrag inzake de rechten van het kind, niet wordt gerespecteerd door de gemaakte afspraken. Het kind wordt niet door beide biologische ouders opgevoed en de handelwijze kan in strijd zijn met het belang van het kind.
Gezien de zorgen over opvoedingsproblemen en spanningen tussen families, wijst de rechtbank het verzoek tot wijziging van het gezag af en belast zij de William Schrikker Stichting (Bureau Jeugdzorg) met de voogdij. Een ondertoezichtstelling is niet meer aan de orde. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging gezag afgewezen en voogdij toegewezen aan Bureau Jeugdzorg.