ECLI:NL:RBROT:2007:BA1294
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soutendijk-van Appeldoorn
- Rechtspraak.nl
Verdeling overwaarde woning bij echtscheiding met uitsluiting gemeenschap van goederen
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en zijn in 2004 gescheiden. De woning stond op naam van beiden, maar de man stelde dat hij de aankoop grotendeels had gefinancierd met opbrengst van een eerdere woning. Hij vorderde vergoeding van zijn inbreng en machtiging tot verkoop van de woning.
De vrouw voerde aan dat sprake was van een natuurlijke verbintenis vanwege haar zorg voor het gezin en het opgeven van werk, waardoor geen vergoeding verschuldigd zou zijn. Ook betwistte zij dat de man de volledige inbreng had geleverd en stelde dat de woning volgens de huwelijkse voorwaarden gelijk verdeeld moest worden.
De rechtbank stelde vast dat de man minimaal €79.636,55 had ingebracht en dat geen dringende morele verplichting bestond die een natuurlijke verbintenis zou rechtvaardigen. Daarom geldt de hoofdregel van de huwelijkse voorwaarden dat de man recht heeft op vergoeding van zijn inbreng, waarna de rest van de overwaarde gelijk wordt verdeeld.
De rechtbank wees de vordering tot machtiging verkoop af, omdat partijen afspraken hadden gemaakt over verkoop via een makelaar. De man kreeg de toebedeling van zijn persoonlijke eigendommen toegewezen. Proceskosten werden gecompenseerd en de vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar eigen vorderingen wegens verzuim van reconventie.
Uitkomst: De man krijgt vergoeding van zijn inbreng in de woning en de overwaarde wordt verder gelijk verdeeld volgens de huwelijkse voorwaarden.