ECLI:NL:RBROT:2007:BA2421
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Van der Grinten
- De Gruijl-van Benthem
- Van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens vermeende partijdigheid van strafkamer rechters
De verdachte heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter en twee rechters van de strafkamer van de rechtbank Rotterdam, stellende dat de strafkamer partijdig zou zijn vanwege het niet direct beslissen over de betrouwbaarheid van getuigen en het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.
Tijdens de zitting van 29 maart 2007 heeft de strafkamer zich niet willen uitlaten over de betrouwbaarheid van twee getuigen en heeft zij het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis niet behandeld, met het oog op het verdere verloop van de procedure. De verdediging betoogde dat deze handelwijze een impliciete afwijzing van het verzoek tot opheffing betekende en dat daarmee de vrees voor partijdigheid gerechtvaardigd was.
De meervoudige wrakingskamer heeft het dossier bestudeerd, waaronder de proces-verbalen en geluidsopnamen van de zitting, en heeft geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn voor subjectieve partijdigheid van de rechters. Ook de door de verdediging aangevoerde feiten en omstandigheden rechtvaardigen geen objectieve vrees voor partijdigheid.
Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing is op 30 maart 2007 uitgesproken door de voorzitter en twee rechters van de wrakingskamer, waarbij de verdachte en zijn raadsheren aanwezig waren.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters van de strafkamer wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.