ECLI:NL:RBROT:2007:BA2596
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verbod ligplaats schip Otapan in Waalhaven
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen die het binnenkomen en innemen van een ligplaats door het schip Otapan in de Waalhaven zou verbieden. Zij baseren hun verzoek op een brief van de havenmeester aan het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, waarin zij een besluit zien om het verbod niet op te leggen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat deze brief niet als een besluit kan worden aangemerkt en dat er geen besluit is genomen om het binnenkomen en innemen van een ligplaats door het schip Otapan te verbieden of juist niet te verbieden. Omdat verweerder nog niet heeft beslist op het verzoek tot het opleggen van een verbod, en er geen bezwaar is gemaakt tegen het niet tijdig beslissen, ontbreekt de vereiste connexiteit tussen het verzoek om voorlopige voorziening en een bezwaar of beroep.
Hierdoor is de voorzieningenrechter niet bevoegd om inhoudelijk te oordelen over het verzoek. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tevens wordt overwogen dat een bezwaar tegen het niet opleggen van een verbod niet-ontvankelijk zou zijn.
De uitspraak is mondeling gedaan op 3 april 2007 door voorzieningenrechter J.H. de Wildt van de Rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan bevoegdheid van de voorzieningenrechter.