ECLI:NL:RBROT:2007:BA3062
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Russell-van der Hoeven
- Lamers-Wilbers
- Van der Laan-Kuijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proeftijd bij gesloten uithuisplaatsing en ongeoorloofde afwezigheid
De rechtbank Rotterdam behandelde een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de proeftijd van een veroordeelde die was geplaatst in een gesloten jeugdinrichting. De proeftijd was formeel ingegaan op 16 juni 2006, maar de veroordeelde verbleef op grond van een machtiging tot gesloten uithuisplaatsing in een Rijksinrichting.
De veroordeelde was van 15 tot 18 december 2006 ongeoorloofd afwezig uit de inrichting. De rechtbank oordeelde dat de gesloten uithuisplaatsing een rechtmatige vrijheidsbeneming inhoudt, waarop artikel 5 EVRM Pro van toepassing is. Hierdoor loopt de proeftijd niet tijdens deze vrijheidsbeneming.
De rechtbank paste analoog het regime toe van artikel 77s Sr, dat bepaalt dat de termijn van een maatregel niet loopt bij ongeoorloofde afwezigheid langer dan een week. Hieruit volgde dat bij een ongeoorloofde afwezigheid van minder dan een week de proeftijd ook niet loopt. Daarom kon de veroordeelde niet worden verweten de bijzondere voorwaarden van het vonnis te hebben geschonden tijdens zijn afwezigheid.
De vordering van de officier van justitie tot verlenging van de proeftijd met een jaar werd daarom afgewezen. De rechtbank benadrukte dat de proeftijd formeel was ingegaan, maar feitelijk stil stond gedurende de gesloten uithuisplaatsing en de korte ongeoorloofde afwezigheid.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de proeftijd af omdat de proeftijd niet liep tijdens de gesloten uithuisplaatsing en de korte ongeoorloofde afwezigheid.