ECLI:NL:RBROT:2007:BA3264
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vaderschap minderjarige met toepassing Nederlands recht ondanks Kaapverdische nationaliteit
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot vaststelling van het vaderschap van een minderjarige geboren in Kaapverdië. Hoewel in beginsel het recht van Kaapverdië van toepassing zou zijn vanwege de gemeenschappelijke nationaliteit van de ouders, oordeelde de rechtbank dat Nederlands recht moet worden toegepast gezien de feitelijke woonplaats en nationaliteit van de vader.
De moeder en vader hebben de Kaapverdische nationaliteit, maar de vader bezit sinds 2000 ook de Nederlandse nationaliteit en woont sinds 1996 in Nederland. De rechtbank achtte de Nederlandse nationaliteit van de vader als zijn effectieve nationaliteit. Omdat er geen gemeenschappelijke nationaliteit of verblijfplaats van de ouders is, geldt het recht van de gewone verblijfplaats van het kind, wat Nederlands recht is.
De moeder stemde in met het verzoek en de vader bevestigde zijn vaderschap. Een DNA-onderzoek bevestigde met meer dan 99,99% zekerheid het biologische vaderschap van de vader. De rechtbank stelde het vaderschap vast en bepaalde dat de griffier een afschrift van de beschikking aan de burgerlijke stand van ’s-Gravenhage zal zenden. Proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen.
Uitkomst: De rechtbank stelt het vaderschap van de minderjarige vast en past Nederlands recht toe.