ECLI:NL:RBROT:2007:BA4373
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Breevoort-de Bruin
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verdachte voor smaad met beledigende uitlatingen aan journalisten
Verdachte deed op 5 november 2005 in Rotterdam tegenover journalisten beledigende uitlatingen over aangever, waarin hij deze bestempelde als ex-psychiatrisch patiënt en veroordeeld moordenaar. Deze uitlatingen waren bedoeld om aangever in een kwaad daglicht te stellen en zijn eer en goede naam aan te tasten.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde feit van laster niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte smaad heeft gepleegd door de uitlatingen met het kennelijke doel van publicatie aan journalisten te doen.
Verdachte voerde aan dat hij niet de intentie had dat de uitlatingen openbaar zouden worden gemaakt en dat hij mocht vertrouwen op bronbescherming door journalisten, maar dit verweer werd verworpen. De rechtbank stelde vast dat verdachte ten minste voorwaardelijk opzet had op openbaarmaking.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een geldboete van €200, met een vervangende hechtenis van 4 dagen bij niet-betaling. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing en betwisting door verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €200 wegens smaad met beledigende uitlatingen aan journalisten.