ECLI:NL:RBROT:2007:BA5105
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- A. Verweij
- M.S. Korteweg-Wiers
- Rechtspraak.nl
Intrekking akkoordverklaring kostenvergoeding in strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Vodafone had op 11 november 2005 een akkoordverklaring ontvangen van het College van procureurs-generaal voor een kostenvergoeding van €101,31 per uur op grond van artikel 13.6, tweede lid, van de Telecommunicatiewet. Dit besluit werd op 16 februari 2006 door het College ingetrokken en Vodafone werd verzocht een nieuwe kostenopgave in te dienen die aan de Regeling kosten aftappen en gegevensverstrekking voldeed.
Vodafone maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar het bezwaar werd door verweerder ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen. Vodafone stelde beroep in bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank oordeelde dat hoewel de intrekking van een beschikking mogelijk is bij een fout die de begunstigde had moeten opmerken, in dit geval geen sprake was van een kenbare fout of misslag. Vodafone had tijdig een accountantsrapport overlegd en het College had het tarief eerder goedgekeurd.
De rechtbank stelde vast dat het College pas na drie maanden terugkwam op de akkoordverklaring en dat dit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, het beroep van Vodafone gegrond verklaard, en de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van Vodafone wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot intrekking van de akkoordverklaring wordt vernietigd.