ECLI:NL:RBROT:2007:BA6050
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Buchner
- Daalmeijer
- Boer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van deelname aan moord ondanks aanwezigheid op plaats delict
Op 1 januari 2006 werd het slachtoffer dood aangetroffen in zijn woning te Rotterdam, overleden door een schot en steekwond. Verdachte bevond zich op het tijdstip van de schietpartij in de directe omgeving van de woning en er werd een schoenafdruk die waarschijnlijk van hem afkomstig is op een envelop in de woning aangetroffen.
Telecomgegevens toonden aan dat verdachte en slachtoffer veelvuldig contact hadden vóór het incident. De verdachte gebruikte het telefoonnummer dat kort voor het overlijden van het slachtoffer contact had met diens telefoon. De aanwezigheid van verdachte in de woning kon echter niet met zekerheid worden vastgesteld, mede omdat het schoenspoor op de envelop mogelijk al eerder aanwezig was.
De verdediging voerde aan dat het schoensporenonderzoek niet als bewijs mocht dienen vanwege het ontbreken van NFI-richtlijnen in het dossier, maar dit werd verworpen omdat de verdediging de onderzoeker kon ondervragen. Hoewel schotresten in de auto van verdachte werden gevonden, ontbrak bewijs dat verdachte bewust deelnam aan het delict of wetenschap had van de wapens.
De rechtbank concludeerde dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van deelname aan moord wegens onvoldoende bewijs.