ECLI:NL:RBROT:2007:BA6057
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Poiesz
- Van der Kolk
- Koningsveld
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet ontvankelijk wegens verzoek tot overdracht strafvervolging aan Duitsland
De verdachte werd op 13 februari 2007 aangehouden en op 14 februari 2007 in verzekering gesteld. De officier van justitie gaf op 16 april 2007 kennis van haar voornemen tot overdracht van de strafvervolging aan Duitsland. Desondanks werd de verdachte op 3 mei 2007 gedagvaard voor de zitting van 22 mei 2007.
Op 16 mei 2007 trok de officier van justitie haar verzoek tot overdracht in, maar dit gebeurde ná het uitgaan van de dagvaarding. Volgens artikel 552v van het Wetboek van Strafvordering mag de officier van justitie na het starten van een overdrachtsprocedure niet tot vervolging overgaan, tenzij het verzoek wordt ingetrokken vóór het uitgaan van de dagvaarding.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie daarom niet ontvankelijk is in de vervolging. Dit leidt tevens tot onmiddellijke opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. De rechtbank beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte.
Uitkomst: Officier van justitie niet ontvankelijk verklaard en voorlopige hechtenis verdachte opgeheven.