ECLI:NL:RBROT:2007:BA6193
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soutendijk-van Appeldoorn
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden en levensonderhoud na echtscheiding met uitsluiting gemeenschap van goederen
Partijen zijn in 1988 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en zonder verrekenbeding. Na echtscheiding in november 2006 is het geschil over levensonderhoud en afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden voortgezet.
De vrouw wenst afrekening alsof partijen in gemeenschap van goederen waren gehuwd, stellende dat zij zich tijdens het huwelijk gedroegen alsof er een verzorgingsplicht en gezamenlijke vermogensopbouw bestond. De man betwist dit en stelt dat de huwelijkse voorwaarden bewust zijn opgesteld om voorhuwelijks vermogen, waaronder een erfenis, te beschermen.
De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden niet vergelijkbaar zijn met jurisprudentie waarbij afwijken van huwelijkse voorwaarden werd toegestaan. Er is geen wijziging van de voorwaarden geweest en geen notariële akte die een afwijking rechtvaardigt. Hoewel redelijkheid en billijkheid een rol spelen, leidt het onderling gedrag niet tot het terzijde stellen van de uitsluiting van gemeenschap.
De vrouw heeft onvoldoende financiële bijdrage geleverd aan de woning en verbouwingen om een vergoeding te rechtvaardigen. Wel is sprake van vermogensvermenging bij consumptieve goederen, waarvoor vergoedingsrechten kunnen gelden. De rechtbank wijst levensonderhoud toe aan de vrouw en draagt partijen op aanvullende informatie te verstrekken over vermogensbestanddelen en financiering voor verdere afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.
Uitkomst: De vrouw krijgt een levensonderhoudsuitkering van €250 per maand; afwikkeling huwelijkse voorwaarden wordt aangehouden voor nadere informatie.