ECLI:NL:RBROT:2007:BA6202
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- A.G. Scheele-Mülder
- M.C. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in ondertoezichtstelling minderjarige kinderen
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij een ondertoezichtstellingsprocedure van haar vijf minderjarige kinderen. Het wrakingsverzoek richtte zich op het feit dat de rechter een medewerker van Bureau Jeugdzorg namens de stichting Bureau Jeugdzorg liet spreken zonder dat deze een schriftelijke volmacht kon overleggen.
Verzoekster stelde dat volgens de Wet op de jeugdzorg en het uitvoeringsbesluit een duidelijke scheiding bestaat tussen de zorgverleners (Bureau Jeugdzorg) en de indicatiestellers (de stichting), en dat alleen de stichting bevoegd is namens de organisatie op te treden. Zij verwees ook naar jurisprudentie en het handelsregister waaruit bleek dat de betrokken medewerker niet bevoegd was namens de stichting te handelen.
De rechter stelde dat de Wet op de jeugdzorg de stichting definieert als de instantie die het bureau in stand houdt en dat medewerkers van Bureau Jeugdzorg als onderdeel van de stichting de wettelijke taken uitvoeren. Het overleggen van een schriftelijke machtiging wordt niet standaard verlangd en de rechter herkende de medewerker als bevoegd. De wrakingskamer concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn voor subjectieve of objectieve partijdigheid van de rechter en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde vrees voor partijdigheid.