ECLI:NL:RBROT:2007:BA6204
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- A.G. Scheele-Mülder
- M.C. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter in echtscheidings- en jeugdbeschermingszaken afgewezen
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij diverse procedures, waaronder een echtscheidingsprocedure en zaken betreffende ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarige kinderen. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was, onder meer omdat de rechter uitspraken had gedaan over zijn verleden en eenzijdig naar de wederpartij zou luisteren.
De rechter heeft in zijn verweer aangegeven dat hij meerdere zaken van verzoeker en zijn echtgenote in korte tijd behandelde, maar dat er geen feiten waren die aanleiding gaven tot wraking. Wel werd erkend dat het beter was geweest als verschillende rechters de procedures hadden behandeld.
Het wrakingsverzoek werd pas op 4 april 2007 ingediend, terwijl verzoeker al op 12 februari 2007 bezwaren had geuit maar toen geen gevolgen daaraan wilde verbinden. De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet tijdig had gehandeld en daarom niet-ontvankelijk was in zijn wrakingsverzoek.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Verzoeker en zijn procureur waren bij de zitting aanwezig en hebben hun standpunten toegelicht.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek tegen de rechter.