ECLI:NL:RBROT:2007:BA6207
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling door derde voorafgaand aan faillissement en de gevolgen voor pauliana en onrechtmatigheid
De curator vordert betaling van € 25.000,- van KBC Bank, stellende dat deze betaling kort voor het faillissement onrechtmatig is ontvangen en vernietigd moet worden op grond van artikel 47 en Pro 51 Faillissementswet en artikel 6:162 BW Pro. KBC Bank had een opeisbare vordering op de failliet, maar ontving betaling van UTB, een derde partij, waarna de faillissementsaanvraag werd ingetrokken.
De rechtbank stelt vast dat UTB een zelfstandige vennootschap is en dat het vermogen van UTB niet valt in de failliete boedel van de failliet, ook al houdt de failliet certificaten van aandelen in UTB. Er is onvoldoende bewijs voor vereenzelviging tussen de failliet en UTB. De betaling door UTB kan niet worden gezien als voldoening door de failliet zelf.
Daarom faalt het beroep van de curator op vernietiging van de betaling (pauliana) en op onrechtmatige daad jegens andere schuldeisers. De vordering wordt afgewezen en de curator wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de curator tot terugbetaling van € 25.000,- wordt afgewezen omdat betaling door een derde niet kan worden aangemerkt als voldoening door de failliet.