ECLI:NL:RBROT:2007:BA6214
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens vernietiging inboedel na rechtmatige ontruiming
De huurovereenkomst tussen eiser en gedaagde werd ontbonden en de woning ontruimd. Tijdens de ontruiming werd de inboedel van eiser op straat geplaatst en vervolgens op verzoek van de hulpofficier van justitie door gedaagde opgeslagen. Eiser had niets geregeld voor opslag en werd meerdere malen in de gelegenheid gesteld haar spullen op te halen, tegen betaling van opslagkosten.
Na ongeveer zes weken opslag en het uitblijven van reactie van eiser of haar bewindvoerder, heeft gedaagde de inboedel als grof vuil laten afvoeren. Eiser vorderde daarop schadevergoeding wegens vernietiging van haar inboedel en terugbetaling van borgsom.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde als zaakwaarnemer de nodige zorg had betracht en dat het niet voortzetten van de opslag redelijk was gezien de omstandigheden, waaronder de aanzienlijke huurschuld en het ontbreken van bereidheid van eiser om haar spullen op te halen. Het beroep van gedaagde op retentierecht voor opslagkosten was gegrond. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen en eiser werd veroordeeld tot betaling van de opslagkosten en proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens vernietiging van de inboedel wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van opslagkosten en proceskosten.