ECLI:NL:RBROT:2007:BA6215
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid wegens voortzetting onderneming zonder onrechtmatig handelen
Tamoil vordert persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van ATC wegens onrechtmatig handelen door het voortzetten van de onderneming terwijl ATC niet meer aan haar verplichtingen kon voldoen. ATC was een transportbedrijf dat tankvoordeelkaarten van Tamoil gebruikte en in augustus 2006 surseance van betaling kreeg, gevolgd door faillissement.
Tamoil stelt dat de bestuurder al in juli 2006 wist dat ATC financieel in zwaar weer verkeerde en desondanks toestond dat ATC bleef tanken, waardoor Tamoil schade leed. De bestuurder betwist dit en verklaart dat hij tot kort voor de surseance nog pogingen deed om ATC te redden en dat het nemen van het bedrijfsrisico niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid.
De rechtbank oordeelt dat de feiten onvoldoende bewijs leveren voor een ernstig verwijt aan de bestuurder. Het voortzetten van de onderneming en het nemen van risico's valt binnen de bedrijfsvoering en is niet onrechtmatig zolang niet vaststaat dat de bestuurder wist dat ATC niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. Ook de stelling over onrechtmatige selectieve betalingen vanuit een zustervennootschap wordt verworpen.
De vordering wordt afgewezen en Tamoil wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot bestuurdersaansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.