ECLI:NL:RBROT:2007:BA7252
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- P. Vrolijk
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Geen vergunning vereist voor concentratie KPN en Nozema ondanks verticale integratie
KPN nam de aandelen van Nozema over, waarbij beide bedrijven diensten op het gebied van infrastructuur en zendernetwerken combineren. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (verweerder) oordeelde dat deze concentratie geen vergunning behoeft omdat geen sprake is van versterking van een economische machtspositie die de mededinging significant belemmert.
Eiseressen stelden dat de marktafbakening onjuist was en dat verticale integratie zou leiden tot uitsluiting van concurrenten. De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat het onherroepelijk afstand doen van het beheer van de zendmasten verticale integratie voorkomt en daarmee het mededingingsprobleem wegneemt.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat Nozema al voor de concentratie afhankelijk was van KPN, waardoor de concentratie deze afhankelijkheid niet heeft versterkt. Ook werd vastgesteld dat de markt voor analoge FM-transmissiediensten concurrerend is en dat KPN niet over een zodanige machtspositie beschikt dat deze door de concentratie wordt versterkt.
De rechtbank verwierp voorts de stellingen over de markt voor antennesystemen en de invloed van KPN op Digitenne, en verklaarde het beroep ongegrond. De concentratie leidt niet tot een vergunningplichtige situatie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen vergunning vereist is voor de concentratie tussen KPN en Nozema.