ECLI:NL:RBROT:2007:BA7331
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Rotterdam vermindert bijstandsverlaging wegens verwijtbare werkloosheid bij alleenstaande ouder
Eiseres, een alleenstaande ouder, kreeg een bijstandsuitkering toegekend vanaf 29 maart 2006. Verweerder legde een maatregel op waarbij de uitkering voor één maand met 100% werd verlaagd wegens verwijtbare werkloosheid, omdat eiseres haar dienstverband door eigen toedoen had verloren. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat verweerder zich niet zonder meer op het oordeel van het UWV mocht baseren en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was de maatregel op te leggen, maar dat hij onvoldoende rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheden van eiseres, zoals haar zorg voor drie jonge kinderen en haar financiële situatie. Verweerder had volgens de rechtbank toepassing moeten geven aan artikel 6, vierde lid, van de Afstemmingsverordening, waardoor de maatregel gehalveerd en de duur verdubbeld had moeten worden.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en stelt dat de uitkering wordt verlaagd met 50% gedurende twee maanden. Tevens veroordeelt zij de gemeente tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij het opleggen van bijstandsmaatregelen.
Uitkomst: De bijstandsverlaging wordt verminderd tot 50% gedurende twee maanden vanwege bijzondere omstandigheden van eiseres.