ECLI:NL:RBROT:2007:BA7436
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Groen
- Van Breevoort-de Bruin
- Buizer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid aan doodslag en nalaten bescherming van dochter
De rechtbank Rotterdam heeft op 15 juni 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van medeplichtigheid aan doodslag en het in een hulpeloze toestand brengen en laten van haar drie maanden oude dochter. De dochter overleed op 28 december 2005 aan de gevolgen van ernstige mishandeling door de echtgenoot van de verdachte. Ondanks signalen van mishandeling heeft de verdachte nagelaten haar dochter te beschermen en haar aan de zorg van haar echtgenoot toevertrouwd.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte door het nalaten van tijdige hulpverlening en het alleen laten van haar dochter bij haar echtgenoot, deze de gelegenheid heeft verschaft om het kind te doden. De verdachte aanvaardde willens en wetens de aanmerkelijke kans dat haar dochter zou overlijden. Psychiatrisch onderzoek wees uit dat de verdachte een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis heeft en verminderd toerekeningsvatbaar is.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en behandeling. De rechtbank sprak de verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs. De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden en de adviezen van deskundigen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, wegens medeplichtigheid aan doodslag en het in een hulpeloze toestand laten van haar dochter.