ECLI:NL:RBROT:2007:BA7834
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.A.T. Frima
- A.N. van Zelm van Eldik
- E.A. Vroom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbod op verkoop vorderingen in faillissement Novacap via niet-openbare veiling
Appellanten, waaronder diverse besloten vennootschappen en natuurlijke personen, hebben beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechter-commissaris die hun verzoeken afwees om curatoren te verbieden vorderingen in faillissementen van Novacap c.s. te verkopen via een niet-openbare veiling. De curatoren wilden deze vorderingen veilen vanwege het grote aantal procedures en het beperkte boedelactief.
De rechtbank oordeelde dat appellanten ontvankelijk zijn in hun beroep en dat de verkoop plaatsvindt op grond van artikel 101 Fw Pro. De curatoren mogen de vorderingen veilen mits zij handelen met de vereiste zorgvuldigheid en inzicht. De stellingen van appellanten dat de vorderingen gebaseerd zijn op valse aanspraken en dat verkoop zou neerkomen op medewerking aan oplichting, konden niet worden bewezen en vormden geen reden om de veiling te verbieden.
Verder wees de rechtbank de grieven van appellanten af die betrekking hadden op de veilingvoorwaarden, de betrokkenheid van bestuurders bij de veiling, en het verzoek om inzage in biedingen. Ook het verzoek om informatie over de opbrengst van tulpenbollen en mogelijke aansprakelijkheid werd afgewezen omdat de curatoren nog onderzoek deden.
De rechtbank bekrachtigde daarmee de beschikking van de rechter-commissaris van 10 mei 2007 en verwierp het beroep van appellanten.
Uitkomst: Het verzoek van appellanten om de curatoren te verbieden de vorderingen te verkopen via een niet-openbare veiling is afgewezen.