ECLI:NL:RBROT:2007:BA7868
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- De Groot
- Rechtspraak.nl
Betaling vergoeding verblijfskosten en vaststelling gewone verblijfplaats minderjarige na echtscheiding
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot echtscheiding en nevenvoorzieningen waarbij de verblijfplaats van het minderjarige kind en de financiële bijdragen centraal stonden.
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben één minderjarig kind. De vrouw verzocht om de gewone verblijfplaats van het kind bij haar vast te stellen en een kinderbijdrage, terwijl de man verzocht dat de verblijfplaats bij hem blijft en betwistte zijn draagkracht voor een bijdrage.
De rechtbank oordeelde dat het kind reeds ruim een jaar bij de man verblijft en dat het belang van het kind geen wijziging van verblijfplaats rechtvaardigt. De man draagt het grootste deel van de kosten, maar de vrouw ontvangt een bijstandsuitkering en kan geen extra bijstand krijgen voor de kosten van het kind. Daarom kent de rechtbank een maandelijkse vergoeding van €75 toe voor verblijfskosten en een uitkering tot levensonderhoud van €600 per maand aan de vrouw.
Verder werd de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van de gemeenschap geregeld, met benoeming van onzijdige personen voor vertegenwoordiging bij weigering van medewerking door partijen.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de gewone verblijfplaats van het minderjarige kind bij de man blijft en kent de vrouw een maandelijkse vergoeding van €75 en een uitkering van €600 toe.