ECLI:NL:RBROT:2007:BA9530
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid bedrijfstakpensioenfonds bij invordering premies en bestuursorgaanstatus
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet beslissen op bezwaren tegen premienota’s van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel over de jaren 1998-2004. De rechtbank verklaarde het beroep eerder ongegrond wegens kennelijke onbevoegdheid, omdat het pensioenfonds niet als bestuursorgaan kan worden aangemerkt voor de invordering van premies.
In het verzet stelt opposante dat de premienota’s wel besluiten zijn als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het pensioenfonds een publiekrechtelijke bevoegdheid heeft. Opposante verwijst naar uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven die volgens haar de bestuursorgaanstatus ondersteunen.
De rechtbank overweegt dat het pensioenfonds slechts bestuursorgaan is voor beslissingen over vrijstellingen op grond van artikel 13 van Pro de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. De invordering van premies en andere uitvoeringshandelingen zijn privaatrechtelijk van aard. Geschillen over verplichte deelneming vallen onder de bevoegdheid van de kantonrechter. De rechtbank handhaaft haar oordeel dat zij onbevoegd is en verklaart het verzet ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt haar eerdere oordeel van kennelijke onbevoegdheid.