ECLI:NL:RBROT:2007:BA9561
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Hamaker
- R. Kruisdijk
- M.J. van den Broek-Prins
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens onvoldoende bewijs blootstelling tabaksrook op werkplek
Eiseres kreeg een boete van €300 opgelegd wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet, omdat haar rookabri's niet afgesloten waren en daardoor niet als rookruimten konden worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat het niet voldoende was bewezen dat werknemers daadwerkelijk hinder of overlast van tabaksrook ondervonden.
De wetgever beoogt met artikel 11a dat werkgevers maatregelen treffen zodat werknemers hun werkzaamheden kunnen verrichten zonder hinder of overlast van roken door anderen. De rechtbank benadrukte dat blootstelling aan tabaksrook niet afhankelijk is van klachten van werknemers, maar dat het proces-verbaal ook feiten moet bevatten die blootstelling aantonen. Dit ontbrak in het proces-verbaal, waardoor de conclusie van overtreding niet standhield.
Verder werd het lex certa-beginsel besproken, waarbij werd vastgesteld dat de norm voldoende concreet is. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb en herroept het primaire boetebesluit. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van hinder of overlast door tabaksrook.