ECLI:NL:RBROT:2007:BA9913
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Geschil over verharding en wijziging van erfdienstbaarheid overpad tussen buren
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over de naleving en wijziging van een erfdienstbaarheid die een overpad betreft tussen twee percelen. De eiseres vordert onverkorte naleving van de erfdienstbaarheid en ongedaanmaking van de verharding van het overpad door de gedaagden, die dit verhard hebben zonder toestemming. Daarnaast vordert de eiseres schadevergoeding voor vernielingen aan haar perceel.
De gedaagden betwisten de onrechtmatigheid en stellen dat zij op grond van de wet en een mediationovereenkomst het recht hadden het overpad te verharden. Tevens vorderen zij wijziging van de erfdienstbaarheid om het verbod op verharding te laten vervallen en straatverlichting toe te voegen, vanwege onvoorziene omstandigheden zoals de wijziging van een recreatiewoning naar permanente bewoning en gemeentelijke voorschriften.
De rechtbank oordeelt dat de verharding zonder toestemming onrechtmatig is, omdat de akte van erfdienstbaarheid het verharden verbiedt en mediation niet tot een bindende overeenkomst heeft geleid. De vordering tot ongedaanmaking wordt afgewezen vanwege onvoorziene omstandigheden die wijziging rechtvaardigen. De rechtbank wijzigt de erfdienstbaarheid door het verbod op verharding te schrappen en staat de wijziging toe om straatverlichting toe te voegen. Bewijslevering over de vernielingen aan de beplanting wordt aangehouden. De vordering tot schadevergoeding wordt deels afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat verharding zonder toestemming onrechtmatig is, wijzigt de erfdienstbaarheid vanwege onvoorziene omstandigheden en houdt bewijslevering over vernielingen aan.