ECLI:NL:RBROT:2007:BA9918
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen verplichting tot rekening en verantwoording tussen verzekeraar en hulppersoon na faillissement gevolmachtigd agent
Kravag, een verzekeraar, vordert van CED Claims Services B.V. (CED) rekening en verantwoording over door CED behandelde dossiers en afdracht van geïncasseerde bedragen die CED niet aan de failliete gevolmachtigd agent De Hakenberg heeft afgedragen. Kravag baseert haar vordering op een vermeende rechtsverhouding met CED, voortvloeiend uit de opdracht aan De Hakenberg en de daaropvolgende faillissementssituatie.
CED betwist de rechtsverhouding met Kravag en voert aan dat zij uitsluitend in opdracht van De Hakenberg handelde. De rechtbank stelt vast dat er geen rechtsverhouding tussen Kravag en CED bestaat, mede omdat Kravag geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld die een afwijking van het faillissementsbeginsel rechtvaardigen. De vorderingen van Kravag op basis van contract, onrechtmatige daad of wettelijke verplichtingen zijn onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank wijst de vorderingen af en oordeelt dat CED niet verplicht is om rekening en verantwoording af te leggen of bedragen af te dragen aan Kravag. Ook de gevorderde informatie op grond van artikel 843a Rv wordt afgewezen, omdat deze niet voldoet aan de vereisten van het artikel en het belang van Kravag niet aannemelijk is gemaakt. Kravag wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Kravag af wegens het ontbreken van een rechtsverhouding tussen Kravag en CED en veroordeelt Kravag in de proceskosten.