ECLI:NL:RBROT:2007:BB0270
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot terugbetaling onrechtmatige subsidie met wettelijke rente aan de Staat
De zaak betreft de terugvordering door de Staat van een subsidiebedrag van €487.325,92 dat onrechtmatig aan Fleuren Compost is toegekend en betaald. De Europese Commissie had vastgesteld dat de steunmaatregel in strijd was met het EG-Verdrag, waarna de subsidie werd ingetrokken en teruggevorderd. Fleuren Compost voerde aan dat de Staat geen rente kon vorderen wegens gebrek aan publiekrechtelijke grondslag en dat de terugvordering onredelijk was.
De rechtbank oordeelt dat het besluit tot terugvordering formele rechtskracht heeft en dat Fleuren Compost het onverschuldigde bedrag dient terug te betalen op grond van artikel 6:203 lid 2 BW Pro. De vordering van rente is niet mogelijk op publiekrechtelijke grondslag, maar wel op civielrechtelijke basis. De rechtbank stelt dat Fleuren Compost pas vanaf 6 maart 2006, de datum van ingebrekestelling, in verzuim is geraakt en vanaf dat moment wettelijke rente verschuldigd is. De door de Staat voorgestelde referentierentepercentages van de Europese Commissie kunnen niet worden toegepast als wettelijke rente.
De rechtbank wijst de stellingen van Fleuren Compost af dat de terugvordering in strijd is met redelijkheid en billijkheid en dat zij te kwader trouw heeft gehandeld. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere aanvulling over de omvang van de verrijking en schadevergoeding. Voorlopig wordt Fleuren Compost veroordeeld tot betaling van het hoofdbedrag met wettelijke rente vanaf 6 maart 2006, uitvoerbaar bij voorraad en met mogelijkheid tot tussentijds hoger beroep.
Uitkomst: Fleuren Compost wordt veroordeeld tot terugbetaling van €487.325,92 met wettelijke rente vanaf 6 maart 2006.