ECLI:NL:RBROT:2007:BB0589
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid vervoerders voor diefstal tijdens internationaal wegvervoer van cosmetica
In deze zaken gaat het om de aansprakelijkheid van vervoerders voor de diefstal van een zending van 48 pallets cosmetica tijdens internationaal wegvervoer van Duitsland naar Rotterdam. De zending werd gestolen tijdens het overstaan op het terrein van de feitelijke vervoerder.
De kern van het geschil is of sprake is van overmacht aan de zijde van de vervoerder, hetgeen alleen kan slagen indien de vervoerder alle redelijkerwijs te vergen maatregelen heeft getroffen om het verlies te voorkomen. De rechtbank stelt vast dat het terrein adequaat was beveiligd tegen onbevoegden, maar dat onvoldoende maatregelen waren genomen om diefstal door personen die het terrein wisten te betreden te voorkomen, zoals het aanbrengen van king pinsloten op de oplegger of het parkeren van de trekker met startonderbreking.
De rechtbank wijst het beroep op overmacht af en veroordeelt de vervoerders tot vergoeding van de schade, inclusief expertisekosten en buitengerechtelijke kosten, conform de CMR. De vorderingen worden deels toegewezen en deels afgewezen, waarbij ook proceskosten worden toegewezen.
De uitspraak benadrukt dat de vervoerder aansprakelijk is voor schade door diefstal tijdens vervoer, tenzij hij kan aantonen dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om dit te voorkomen. De getroffen beveiligingsmaatregelen waren onvoldoende om diefstal door binnengedrongen personen te verhinderen.
Uitkomst: Vervoerders zijn aansprakelijk voor de diefstalschade omdat zij onvoldoende maatregelen hebben getroffen om diefstal tijdens vervoer te voorkomen.