ECLI:NL:RBROT:2007:BB1016
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voortzetting verstrekking leefgeld aan meerderjarige ex-alleenstaande minderjarige vreemdeling wegens medische noodsituatie
Verzoekster, een meerderjarige ex-alleenstaande minderjarige vreemdeling (ex-ama), had de verstrekking van leefgeld beëindigd gekregen na het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Verzoekster stelde dat zij niet in haar levensonderhoud kan voorzien en dat haar medische toestand ernstig is verslechterd, met een risico op suïcide. Tevens wees zij op de psychische problemen van haar minderjarige broertje, die door de beëindiging van de leefgelden zouden verergeren.
Verweerder stelde dat de beëindiging van de leefgelden gebaseerd is op beleidsregels die na het bereiken van de meerderjarigheid van toepassing zijn en dat een acute medische noodsituatie een mogelijke bijzondere omstandigheid is om hiervan af te wijken. Verweerder kon echter niet beoordelen of sprake was van een acute medische noodsituatie en verwees verzoekster naar de IND voor een analoge toepassing van artikel 64 Vw Pro 2000.
De voorzieningenrechter oordeelde dat niet is vastgesteld dat verzoekster zich niet in een acute medische noodsituatie bevindt en dat verweerder op basis van de brief van de behandelend psychiater nader onderzoek moet doen. Gezien de belangenafweging en de aard van de betrokken belangen werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, zodat de verstrekking van leefgeld wordt voortgezet totdat op het bezwaar is beslist.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De verstrekking van leefgeld wordt voortgezet totdat op het bezwaar is beslist vanwege een mogelijke acute medische noodsituatie.