ECLI:NL:RBROT:2007:BB1179
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schuldbekentenissen wegens dwaling bij bewaring geldkistje
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of opposant aansprakelijk was voor de schade aan een gestolen geldkistje dat hij in bewaring had genomen voor geopposeerde. Geopposeerde vorderde betaling van een bedrag van € 39.949,34 op basis van verklaringen van schuldbekentenis die opposant had ondertekend.
Opposant voerde verweer dat de vordering niet opeisbaar was, dat hij bij het tekenen van de verklaringen had gedwaald door onjuiste informatie van geopposeerde, en dat er sprake was van bedrog of misbruik van omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de vordering inmiddels opeisbaar was, maar dat opposant voldoende zorg had betracht bij de bewaring van het geldkistje, zodat hij niet aansprakelijk kon worden gehouden.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen tot stand waren gekomen onder dwaling, omdat geopposeerde onjuist had meegedeeld dat opposant wettelijk aansprakelijk was. Hierdoor werden de verklaringen vernietigd. De vordering van geopposeerde werd afgewezen, het eerder bij verstek gewezen vonnis vernietigd, en het executoriale beslag op de woning van opposant werd opgeheven onder dwangsom.
Tot slot werd geopposeerde veroordeeld in de kosten van de procedure, met uitzondering van de kosten van betekening van de verzetdagvaarding die voor rekening van opposant kwamen vanwege diens gebrekkige vertegenwoordiging in eerste aanleg.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de verklaringen wegens dwaling en wijst de vordering af; het beslag op de woning wordt opgeheven.