ECLI:NL:RBROT:2007:BB1232
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Betaling kredietfaciliteit en afwijzing buitengerechtelijke kosten en nakosten
ING heeft aan gedaagde een kredietfaciliteit verleend die gedaagde niet volledig heeft nagekomen, waardoor het openstaande bedrag van € 870.026,67 opeisbaar werd gesteld. Gedaagde erkent de hoofdsom inclusief rente, maar betwist de buitengerechtelijke kosten, nakosten en beslagkosten.
De rechtbank stelt vast dat de buitengerechtelijke kosten onvoldoende zijn onderbouwd en specificeert dat de kosten voor het opsporen van de woonplaats onder de verschotten vallen. De nakosten worden afgewezen omdat deze pas bij tenuitvoerlegging van het vonnis kunnen worden gevorderd. De beslagkosten worden toegewezen omdat ING de beslagstukken heeft overgelegd en de beslagen conform de wettelijke eisen zijn gelegd.
Gedaagde's stelling dat zijn proceskosten door ING moeten worden vergoed omdat hij nodeloos verweer voerde, wordt verworpen. De rechtbank oordeelt dat gedaagde ervoor kon kiezen geen verweer te voeren. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van het openstaande kredietbedrag vermeerderd met wettelijke rente en in de proceskosten aan de zijde van ING.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande kredietbedrag inclusief wettelijke rente en in de proceskosten, terwijl buitengerechtelijke kosten en nakosten worden afgewezen.