ECLI:NL:RBROT:2007:BB2027
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken toestemming bewindvoerder na noodregeling verzekeraar
De Stichting Garantie- en Waarborgfonds Nederland (SGWN) en haar bestuurder hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar door De Nederlandsche Bank (DNB). Dit beroep werd ingesteld nadat de rechtbank Zutphen een noodregeling had uitgesproken voor SGWN, waarbij een bewindvoerder werd benoemd die exclusief bevoegdheden kreeg over de bestuursbevoegdheden van SGWN.
Verweerster, DNB, stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat het zonder toestemming van de bewindvoerder was ingesteld, zoals bepaald in artikel 161 van Pro de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Wtv 1993). Het College van Beroep voor het bedrijfsleven had eerder bevestigd dat alleen de bewindvoerder bevoegd was tot het instellen van het herzieningsverzoek en dat geen machtiging was verleend.
De rechtbank overwoog dat de invoering van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Invoerings- en aanpassingswet Wft per 1 januari 2007 de noodregeling niet van rechtswege beëindigde. De rechtsgevolgen van de noodregeling worden beheerst door de Wtv 1993. Het beroep van SGWN en haar bestuurder was derhalve onbevoegd en niet-ontvankelijk. Ook het beroep van de bestuurder op persoonlijke titel werd afgewezen wegens gebrek aan rechtstreeks belang.
De rechtbank concludeerde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar en het daarop genomen besluit van 15 februari 2007 niet-ontvankelijk is en wees het beroep af zonder veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van SGWN en haar bestuurder is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van toestemming van de bewindvoerder.