ECLI:NL:RBROT:2007:BB2327
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen minderheidsaandeelhouders tegen gewijzigde fusiestructuur en ruilverhouding Mittal-Arcelor
In deze kortgedingprocedure vorderen minderheidsaandeelhouders van Arcelor dat Mittal wordt verboden de fusie met ArcelorMittal uit te voeren volgens de gewijzigde fusiestructuur en ruilverhouding. Zij stellen dat Mittal onrechtmatig handelt door af te wijken van het Memorandum of Understanding (MoU) en de openbare toezeggingen, en dat de gewijzigde ruilverhouding onredelijk is en hun belangen schaadt.
Mittal betwist de vorderingen en voert onder meer aan dat er geen spoedeisend belang is, dat Luxemburgs recht van toepassing is, en dat de fusie en ruilverhouding rechtmatig en redelijk zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang wel aanwezig is, maar dat de vorderingen inhoudelijk onvoldoende aannemelijk zijn. De stelling dat de Nederlandse rechter gunstiger zou oordelen dan de Luxemburgse rechter is speculatief en onvoldoende onderbouwd.
De rechter stelt vast dat de fusie in twee stappen en de gewijzigde ruilverhouding niet onrechtmatig zijn en dat de minderheidsaandeelhouders de tweede fusie in Luxemburg kunnen aanvechten. De subsidiaire vordering tot openbaarmaking van fairness opinions wordt eveneens afgewezen omdat de openbaarmaking conform buitenlandse regelgeving zal plaatsvinden.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en veroordeelt de eisers in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vorderingen van de minderheidsaandeelhouders worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.