ECLI:NL:RBROT:2007:BB3488
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verkrijging van perceel door extinctieve verjaring en afwijzing revindicatie gemeente
In deze zaak stond centraal of de gemeente eigenaar bleef van een perceelgedeelte tussen poorten B en C, of dat [gedaagde] dit perceel door verjaring had verkregen. De gemeente betwistte het bezit van [gedaagde] en stelde dat de verjaring niet voltooid was. [Gedaagde] stelde dat hij het perceel sinds zijn eigendom van de woning aan de Dam [nummer] als tuin gebruikte en zich als eigenaar gedroeg.
De rechtbank stelde vast dat [gedaagde] het perceelgedeelte feitelijk in bezit had sinds 5 februari 1982 en dat de gemeente onvoldoende had betwist dat dit gedeelte niet meer als openbaar terrein werd gebruikt. Het beroep van [gedaagde] op verkrijgende verjaring werd afgewezen wegens gebrek aan goede trouw, maar het beroep op extinctieve verjaring werd gegrond verklaard.
De rechtbank concludeerde dat de revindicatievordering van de gemeente verjaard was en dat [gedaagde] rechthebbende was geworden door extinctieve verjaring. De vordering tot ontruiming werd afgewezen voor het perceel tussen poorten B en C, maar toegewezen voor het gedeelte tussen poorten A en B. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat [gedaagde] eigenaar is geworden van het perceel tussen poorten B en C door extinctieve verjaring en wijst de revindicatievordering van de gemeente af.