ECLI:NL:RBROT:2007:BB3499
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot proceskostenzekerheid op grond van verdrag tussen Nederland en Verenigde Staten
In deze civiele procedure vordert Flexgroep dat eiser, woonachtig in de Verenigde Staten, proceskostenzekerheid stelt voor de proceskosten die in de hoofdzaak kunnen worden toegewezen. Flexgroep stelt dat eiser, als vreemdeling zonder woonplaats in Nederland, op grond van artikel 224 lid 1 Rv Pro verplicht is zekerheid te stellen.
Eiser woont echter in de Verenigde Staten, een land waarmee Nederland het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart van 27 maart 1956 heeft gesloten. Op grond van artikel V lid 1 van dit verdrag, in verbinding met artikel 5 van Pro het bij het verdrag behorende protocol, zijn onderdanen en vennootschappen van de Verenigde Staten vrijgesteld van de verplichting tot het stellen van proceskostenzekerheid.
De rechtbank overweegt dat eiser derhalve niet verplicht is proceskostenzekerheid te stellen. De vordering van Flexgroep wordt daarom afgewezen. Flexgroep wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De beslissing in de hoofdzaak blijft aangehouden voor verdere behandeling.
Deze uitspraak is gewezen door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 15 augustus 2007.
Uitkomst: De vordering tot het stellen van proceskostenzekerheid wordt afgewezen vanwege vrijstelling op grond van het verdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten.