ECLI:NL:RBROT:2007:BB4864
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Van de Grampel
- Reinds
- Trotman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorbreking verschoningsrecht bij inbeslagneming documenten advocaat
In deze zaak klaagt een advocaat over de inbeslagneming van digitale en papieren documenten uit zijn kantoor, waarbij hij zich beroept op het verschoningsrecht. De rechtbank onderzoekt of de inbeslagneming rechtmatig is verlopen en of het verschoningsrecht terecht is doorbroken.
De rechtbank stelt vast dat de documenten in beginsel onder het verschoningsrecht vallen, maar dat gezien de ernst van het strafrechtelijk onderzoek naar witwassen en afpersing, en de betrokkenheid van de advocaat als verdachte, er zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen. De rechter-commissaris heeft de inbeslagneming zorgvuldig uitgevoerd met betrokkenheid van de Deken, die aanwezig was bij de doorzoeking, en de procedure is niet onzorgvuldig verlopen.
De rechtbank weegt mee dat de advocaat nauw betrokken was bij verdachte transacties en dat het onderzoeksbelang groot is vanwege de ernst van de strafbare feiten en de mogelijke betrokkenheid van de advocaat. De klacht over het ontbreken van hernieuwd advies van de Deken bij de latere bespreking wordt verworpen. De rechtbank verklaart het beklag ongegrond en handhaaft de inbeslagneming.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen de inbeslagneming wordt ongegrond verklaard en de inbeslagneming blijft gehandhaafd.