ECLI:NL:RBROT:2007:BB6039
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid VvE voor waterschade door vochtindringing via gevel in appartement
De zaak betreft een geschil tussen een appartementseigenaar en de Vereniging van Eigenaars (VvE) over waterschade veroorzaakt door vochtindringing via de gevel na hevige regenval in juni 2002. De eigenaar vordert vergoeding van materiële en immateriële schade, terwijl de VvE aansprakelijkheid en omvang van de schade betwist.
De rechtbank legt het reglement van splitsing objectief uit en oordeelt dat de VvE aansprakelijk is voor schade aan het behang dat duurzaam met het gebouw verbonden is, op grond van artikel 21 lid 2 van Pro het reglement. Voor schade aan laminaat en isolatietegels is de VvE aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW Pro, omdat het gebouw niet voldeed aan de eisen die men mag stellen gezien de normale regenval.
De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van immateriële schade af, omdat de gezondheidsklachten onvoldoende ernstig en geconcretiseerd zijn. De vordering tot gederfde huurinkomsten wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De VvE wordt in de gelegenheid gesteld haar vordering inzake achterstallige bijdragen nader te specificeren en de eigenaar om bewijs te leveren van verrekening.
De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering, waaronder het horen van getuigen, en verdere processtukken. De rechtbank benadrukt dat de VvE verantwoordelijk is voor het onderhoud van gemeenschappelijke gedeelten en dat de schade aan roerende zaken in het privé-gedeelte in beginsel voor rekening van de eigenaar komt.
Uitkomst: De VvE is aansprakelijk voor schade aan behang en vloerbedekking door vochtindringing, immateriële schade wordt afgewezen, verdere bewijslevering wordt bevolen.