ECLI:NL:RBROT:2007:BB6053
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na bewezen overval met geweld in woning
Op 26 januari 2005 werd het slachtoffer het slachtoffer van een in vereniging gepleegde overval met geweld in zijn woning. De rechtbank heeft bij strafvonnis van 15 juni 2005 bewezen verklaard dat opposant medepleger was van deze overval, waarbij onder meer een geldbedrag, een gouden armband en een mobiele telefoon werden gestolen.
In de civiele procedure vordert het slachtoffer schadevergoeding voor de materiële schade en immateriële schade als gevolg van de overval. Opposant voert tegenbewijs aan en stelt niet betrokken te zijn geweest, maar wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. De rechtbank overweegt dat het strafvonnis dwingend bewijs oplevert, maar dat tegenbewijs mogelijk is.
De rechtbank acht het bewezen dat opposant medepleger was en onrechtmatig heeft gehandeld. De materiële schade wordt toegewezen conform de gestelde bedragen. Voor immateriële schade wordt een bedrag van €6.000,-- vastgesteld, rekening houdend met de ernst van de overval en de psychische gevolgen voor het slachtoffer. Tevens wordt wettelijke rente toegekend vanaf de dag van dagvaarding. Het verweer van opposant dat hij niet de hoofdverdachte was, doet niet af aan zijn hoofdelijk aansprakelijkheid.
Uitkomst: Opposant wordt veroordeeld tot betaling van €21.400,-- schadevergoeding en wettelijke rente, met toelating tot tegenbewijs.