ECLI:NL:RBROT:2007:BB6075
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij declaraties door kandidaat-notarissen en toepasselijkheid Wtbz
In deze civiele procedure vorderde DVRG dat de rechtbank zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van de vorderingen van NautaDutilh, omdat volgens DVRG de procedure zoals neergelegd in artikel 32 en Pro verder van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz) gevolgd moest worden. NautaDutilh betwistte deze vordering gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de declaraties betrekking hadden op werkzaamheden die overwegend door (kandidaat)notarissen waren verricht. Omdat artikel 32 en Pro verder van de Wtbz alleen van toepassing is op declaraties van advocaten die zijn ingeschreven bij een Nederlandse rechtbank en onder toezicht staan van de Raden van Toezicht, was de Wtbz hier niet van toepassing.
Hierdoor verklaarde de rechtbank zich bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van NautaDutilh en wees zij de incidentele vordering van DVRG af. DVRG werd veroordeeld in de kosten van het incident. De beslissing in de hoofdzaak werd aangehouden voor verdere beraadslaging.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de incidentele vordering tot onbevoegdheid af.