ECLI:NL:RBROT:2007:BB6981
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake onttrekking woningbestemming voor tandartspraktijk
Verzoeker heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag ingediend om een woning aan haar bestemming te onttrekken ten behoeve van een tandartspraktijk. Het college heeft dit geweigerd op grond van de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening, mede omdat het pand in strijd is met het bestemmingsplan en een vrijstelling vereist is.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij het pand alvast als tandartspraktijk mocht gebruiken. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van spoedeisendheid, mede omdat de arbeidsovereenkomst van verzoeker nog liep tot begin 2008 en het college binnen die termijn een beslissing op bezwaar kon nemen.
Daarnaast werd overwogen dat het college het bestreden besluit heeft genomen voordat het vrijstellingsverzoek was beslist, wat formeel onjuist is, maar dat dit gebrek in bezwaar kan worden hersteld. Ook werd opgemerkt dat de motivering van het college onvoldoende was en dat deze in bezwaar nader moet worden toegelicht.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De voorzieningenrechter zag geen reden om het besluit te schorsen, mede omdat de gevraagde voorziening te ver strekkend was en de belangen zorgvuldig moeten worden afgewogen in de bezwaarprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisendheid.