ECLI:NL:RBROT:2007:BB7407
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Vernietiging koopovereenkomsten onroerend goed wegens geestelijke stoornis en bedrog
De zaak betreft de vernietiging van drie koopovereenkomsten van onroerend goed tussen een 72-jarige vrouwelijke verkoper en een vastgoedbedrijf. De verkoper stelt dat zij bij het aangaan van de overeenkomsten geestelijk gestoord was, waardoor zij niet in staat was de belangen redelijk te waarderen, en vordert vernietiging op grond van artikel 3:34 BW Pro. Subsidiair beroept zij zich op bedrog en misbruik van omstandigheden volgens artikel 3:44 lid 1 BW Pro.
De rechtbank oordeelt dat de verkoper haar stellingen omtrent haar geestelijke stoornis nader moet onderbouwen en een comparitie zal plaatsvinden om bewijs te leveren. Tevens zal een deskundigenbericht worden aangevraagd om de waarde van de registergoederen vast te stellen, omdat partijen hierover van mening verschillen.
Het subsidiaire beroep op bedrog en misbruik van omstandigheden wordt eveneens nader onderzocht, waarbij de deskundigheid van de verkoper, het verloop van de onderhandelingen en de redelijkheid van de koopprijzen centraal staan. Ook hier zal een comparitie plaatsvinden om bewijs aan te dragen.
De kopers vorderen daarnaast schadevergoeding wegens vermeende dwaling en toerekenbare tekortkoming van de verkoper. De rechtbank wijst deze vordering af omdat de kopers niet binnen bekwame tijd hebben geprotesteerd tegen de lagere huuropbrengsten, waardoor zij geen beroep meer kunnen doen op non-conformiteit of dwaling.
De rechtbank beveelt partijen te verschijnen voor een comparitie en stelt termijnen voor het overleggen van stukken en bewijsaanbod vast. De beslissing op de vorderingen wordt aangehouden totdat nadere bewijslevering heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding af en houdt de beslissing op vernietiging van de koopovereenkomsten aan voor nader bewijs en comparitie.