ECLI:NL:RBROT:2007:BB7424
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.N. van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Aanhoudingsincident inzake aansprakelijkheid wegvervoerder en connexiteit met Duitse procedure
In deze civiele procedure zijn twee aanhoudingsincidenten behandeld die betrekking hebben op aansprakelijkheid van een wegvervoerder op grond van de CMR-verordening. De zaak betreft het vervoer van een container met leren jassen van Rotterdam naar Essen, waarbij een deel van de lading werd gestolen.
De Duitse verzekeraar van de ladingbelanghebbenden startte een procedure tegen IHG Logistics in Duitsland, die vervolgens een incident tot aanhouding bij de Nederlandse rechtbank aanvoerde. IHG Logistics vorderde aanhouding van de Nederlandse procedures totdat de Duitse procedure was afgerond, op grond van artikel 28 EEX Pro-Verordening inzake samenhangende procedures.
De rechtbank laat de toepasselijkheid van artikel 28 EEX Pro-Vo in het midden, maar oordeelt dat niet is voldaan aan de vereisten voor aanhouding en dat aanhouding niet opportuun is. Daarbij speelt mee dat toepassing van Nederlands dan wel Duits recht tot sterk uiteenlopende uitkomsten kan leiden. De rechtbank wijst de aanhoudingsvorderingen af, maar staat toe dat partijen in de hoofdzaak op de rol verschijnen en verder procederen. De uitspraak over proceskosten wordt gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken tot aanhouding af en verwijst de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling.