ECLI:NL:RBROT:2007:BB7877
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij beroep op arbitraal beding en rechtskeuze in charterparty
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van een geschil over beschadigde zendingen perliet vervoerd met het ms. Amber I. De vordering was gebaseerd op acht kapiteinscognossementen die verwezen naar een charterparty met een arbitraal beding en Engelse rechtskeuze. Ambery, eigenaar van het schip, beriep zich op dit arbitraal beding.
De rechtbank oordeelde dat de verwijzing in de cognossementen naar de charterparty, ondanks het ontbreken van een datum, geldig was en verwees naar de Gencon charterparty van 27 augustus 1999 tussen Ambery en S & B. Deze charterparty bevatte een arbitraal beding dat ook van toepassing was op de cognossementhouders, waaronder S & B en de ontvangstexpediteur Rebes.
S & B stelde dat het beroep op het arbitraal beding misbruik van recht was omdat Ambery dit pas jaren later aanvoerde, maar de rechtbank vond dit verweer onvoldoende. Ook het beroep op vernietigbaarheid van het arbitraal beding op grond van algemene voorwaarden faalde. De rechtbank vernietigde daarom het verstekvonnis en verklaarde zich onbevoegd, waarbij S & B werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en vernietigt het verstekvonnis.