ECLI:NL:RBROT:2007:BB7878
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijzing van zaak wegens relatieve bevoegdheid naar rechtbank Arnhem
In deze civiele procedure vordert eiser [X] betaling van een geldbedrag van €86.680,00 van gedaagde [Y]. [Y] vordert in reconventie opheffing van beslagen en primair dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. De rechtbank Rotterdam heeft vastgesteld dat [Y] ten tijde van de dagvaarding woonachtig was te Buurmalsen, niet te Vlaardingen waar hij eerder woonde en waar hij incidenteel nog verbleef.
Volgens artikel 99 lid 1 Rv Pro is de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd. De rechtbank oordeelt dat de hoofdregel geldt en dat de rechtbank Rotterdam daarom niet bevoegd is. De zaak wordt verwezen naar de rechtbank Arnhem, die wel bevoegd is.
De rechtbank wijst erop dat partijen zich hadden moeten inspannen om een zinloze comparitie te voorkomen en verwijst naar de toepasselijke wettelijke bepalingen omtrent kostenveroordeling. De beslissing is genomen in het openbaar op 17 oktober 2007 door mr. C. Bouwman.
Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Arnhem.