ECLI:NL:RBROT:2007:BB7884
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.E. Kiezebrink
- M.J. Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs deelname aan criminele organisatie en voorbereidingshandelingen opiumdelicten
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte vrijgesproken van het plegen van voorbereidingshandelingen van in de Opiumwet genoemde feiten en deelname aan een criminele organisatie. Hoewel verdachte veelvuldig contact had met medeverdachte en er afgeluisterde gesprekken waren over chemicaliën en derden die veroordeeld zijn voor opiumdelicten, ontbrak het aan concreet bewijs over de rol van verdachte.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van drie jaar voor meerdere feiten, waaronder het buiten Nederland brengen, bereiden, verkopen en aanwezig hebben van amfetamine en aanverwante middelen. De rechtbank verklaarde een onderdeel van de tenlastelegging niet-ontvankelijk en sprak verdachte vrij van de overige feiten wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank benadrukte dat de communicatie tussen verdachte en medeverdachte gecodeerd en vaag was, waardoor niet kon worden vastgesteld wat de verdachte precies heeft gedaan. Ook ontbrak elke aanwijzing over de verhouding tussen verdachte, medeverdachte en derden. De teruggave van inbeslaggenomen goederen werd gelast. De voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor deelname aan criminele organisatie en voorbereidingshandelingen opiumdelicten.