ECLI:NL:RBROT:2007:BB7890
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot wijziging erfdienstbaarheid en verbod op gebruik uitrit en postcontrole
In deze civiele zaak vordert [X] wijziging of opheffing van een erfdienstbaarheid op grond van onvoorziene omstandigheden en verbod op het gebruik van de uitrit en postcontrole door Anemaet. Anemaet vordert in reconventie een verbod voor [X] om haar brievenbus te openen en de uitrit te blokkeren, alsmede een schadevergoeding bij wijziging van de erfdienstbaarheid.
De rechtbank stelt vast dat de erfdienstbaarheid sinds 1990 bestaat en dat het heersende erf inmiddels intensiever wordt gebruikt door meerdere bedrijven. [X] stelt dat dit een ontoelaatbare verzwaring is, maar de rechtbank oordeelt dat de omstandigheden niet zodanig onvoorzien zijn dat wijziging of opheffing gerechtvaardigd is. De belangen van Anemaet bij handhaving prevaleren.
De vorderingen van [X] worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De reconventionele vorderingen van Anemaet worden eveneens afgewezen, waarbij de proceskosten worden gecompenseerd. De rechtbank benadrukt dat de uitoefening van een erfdienstbaarheid op de minst bezwarende wijze moet plaatsvinden en dat de strenge maatstaf van artikel 5:78 BW Pro geldt voor wijziging of opheffing.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot wijziging of opheffing van de erfdienstbaarheid en het verbod op postcontrole en blokkeren van de uitrit af, met proceskostenveroordeling aan [X] en compensatie in reconventie.