ECLI:NL:RBROT:2007:BB8194
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde uitkering en wettelijke rente bij kwader trouw
UWV vordert terugbetaling van een onverschuldigd betaalde uitkering aan gedaagde, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Gedaagde erkent de hoofdsom maar betwist dat hij vanaf het moment van ontvangst in verzuim was en stelt dat wettelijke rente pas vanaf 2001 verschuldigd is.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde het bedrag van €16.180,78 onverschuldigd heeft ontvangen in de periode van januari 1994 tot augustus 1995. Op grond van artikel 6:205 BW Pro treedt verzuim direct in indien de ontvanger te kwader trouw is. Gedaagde heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij wist of vermoedde dat de uitkering hem niet toekwam, zodat verzuim vanaf ontvangst geldt. De latere betalingsregeling doet hieraan niet af.
De rechtbank wijst de vordering tot betaling van wettelijke rente vanaf 23 mei 2006 toe, evenals de buitengerechtelijke kosten van €681,00 en de BTW daarover van €129,39. De vordering op grond van de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid wordt afgewezen vanwege overgangsrecht. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €26.389,96 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €26.389,96 plus wettelijke rente vanaf 23 mei 2006 en proceskosten.