ECLI:NL:RBROT:2007:BB8307
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Koning
- Van 't Hul
- Wiersinga
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag met vuurwapen ondanks beroep op noodweer
Op 11 maart 2007 heeft verdachte in Rotterdam een persoon, A.L. B., door het afvuren van een schot in de borst gedood. De rechtbank spreekt verdachte vrij van moord, maar verklaart hem schuldig aan doodslag en het bezit van een vuurwapen en munitie.
Verdachte voerde primair noodweer aan, subsidiair putatief noodweer en meer subsidiair putatief noodweerexces. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat het slachtoffer een vuurwapen bij zich droeg. Wel was sprake van een dreigende situatie, maar verdachte had de mogelijkheid om weg te rijden en heeft bewust gekozen voor confrontatie. Het beroep op noodweer wordt daarom verworpen.
De rechtbank legt een gevangenisstraf van zes jaar op, lager dan de eis van acht jaar, vanwege de houding van het slachtoffer en het ontbreken van een strafblad bij verdachte. Daarnaast wordt een schadevergoeding van €3.688,61 toegewezen aan de moeder van het slachtoffer.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf voor doodslag met een vuurwapen, met toegewezen schadevergoeding.