ECLI:NL:RBROT:2007:BB9239
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijwaringsvordering afgewezen wegens ontbreken zorgplicht bank jegens cliënt
In deze civiele procedure vordert Wagner vrijwaring van Van Lanschot voor een schadevergoeding die Wagner in de hoofdzaak aan [X] moet betalen. De rechtbank verwijst naar het vonnis in de hoofdzaak waarin Van Lanschot niet aansprakelijk werd gehouden voor de schade van [X].
De kern van het geschil betreft de vraag of Van Lanschot tekort is geschoten in haar zorgplicht bij het verstrekken van krediet aan [X]. De rechtbank oordeelt dat Van Lanschot haar zorgplicht heeft nageleefd door de gehele inkomens- en vermogenspositie van [X] te betrekken bij de kredietverlening. Er was geen aanleiding voor Van Lanschot om te twijfelen aan de advisering van Wagner, die verantwoordelijk was voor het financiële plan.
Wagner stelde dat Van Lanschot een zelfstandige informatieplicht had en mede aansprakelijk moest zijn, maar de rechtbank wijst dit af. Omdat de hoofdzaak de vordering tegen Van Lanschot afwees, is de voorwaarde voor de reconventionele vordering niet vervuld en wordt deze niet inhoudelijk beoordeeld.
Wagner wordt veroordeeld in de proceskosten van de vrijwaringsprocedure, met een termijn van 14 dagen voor betaling, waarna wettelijke rente verschuldigd is. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vrijwaringsvordering van Wagner tegen Van Lanschot wordt afgewezen en Wagner wordt veroordeeld in de proceskosten.